Iets over mijn werk:
Ik maak kunstwerken die de tot stand komen puur door de omstandigheden van de omgeving waarin ze gesitueerd zijn. Deze installaties hebben meestal een architectonisch karakter en benutten de totale ruimte waarin ze gebouwd zijn waardoor de schaal groot is. Het proces hoe deze installaties ontstaan is een belangrijk onderdeel geworden van het werkproces. Ook zijn mijn meest recentste werken tijdsgerelateerd . Als voorbeeld neem ik mijn werk “schakels” uit 2006 om dit werkproces uit te leggen.
Het werk “schakels” is ontstaan omdat ik werd uitgenodigd voor de “10.000 euro show” in w139 verzorgt door Constant Dullaart. Op zoek naar aanknopingspunten in de verschillende ruimtes van de kelder van het post CS gebouw (de tijdelijke lokatie van w139), stuitte ik op het systeemplafond in de barruimte van w139. Het idee om dit materiaal te gebruiken om een nieuwe installatie te bouwen was gauw geboren mede doordat de medewerkers van w139 toch al de barruimte wilde opknappen. (het systeemplafond werd als lelijk en sfeerloos bestempeld)
Na het gehele systeemplafond verwijderd te hebben, heb ik alle onderdelen van het plafond naar de expositiezaal verplaatst. Ik constateerde aldaar dat de maat van één plafondplaat even groot is als de lengte en breedte van de daar aanwezige betonnen pilaren. (60X60 cm). Met dit gegeven heb ik toen de gehele installatie gebouwd. Aan de overzijde van elke pilaar heb ik een kopie van die pilaar gebouwd van de plafondplaten en de metalen strips van het systeemplafond. Vervolgens heb ik de vier “kunst” pilaren met de vier betonnen pilaren verbonden met een verbindingsmuur van bovengenoemd materiaal. Het versterken van de al aanwezige architectuur lag hierbij ten grondslag.
De spots en tl bakken van het systeemplafond heb ik ook verwerkt in de installatie. Deze lichtbakken heb ik zo geplaatst dat ieder stuk van de ruimte een eigen belichting zou krijgen. Omdat ik de verlichting te statisch vond en zocht naar een tegenreactie van mijn eigen strenge en logische architectuur (en van de expositie-ruimte zelf), heb ik door middel van computergestuurde relais de verlichting geprogrammeerd. Het hele programma duurde 19 minuten en werd daarna herhaald. (loop) Ook een aantal van de al aanwezige tl bakken in de expositiezaal heb ik bij dit programma betrokken. Op deze manier werd ik nog meer de regisseur van de ruimte. Met het geluid van de aan -en uit gaande tl bakken als subtiele ondertoon.
Met het werk “de pekelzaal” 2006 ben ik verder gegaan met het gegeven om mijn ideeën te versterken door middel van licht. In de voormalige pekelzaal van de zuivelfabriek van de stichting KiK te Kolderveen (binnenland atelier fonds BKVB) heb ik de bestaande draagbalken van het plafond als uitgangspunt genomen. Door onder de draagbalken twee lagen van totaal 130 balken van dezelfde maat op te hangen werd de al aanwezige constructie visueel versterkt. Op de onderste laag hangende balken heb ik bewegingsmelders geplaatst. De bewegingsmelders schakelden de lampen aan gedurende vijf seconden, waardoor de afgelegde route van het publiek tijdelijk werd weergegeven in licht. Als uitgangspunt voor mijn installatie heb ik het thema van de tentoonstelling genomen: “Reis door mijn kamer”.
Naast de installaties heb ik ook videowerk gemaakt met dezelfde ideeën zoals hierboven omschreven: het versterken van omstandigheden die al fysiek in de ruimte aanwezig zijn en daar vervolgens de nadruk op te leggen. In het geval van de video “the traffic collection” uit 2005, is het kader van de video de fysieke ruimte en het voorbijkomend verkeer het onderwerp. Het verkeer dat voorbij komt, wordt buiten het kader van de video verzameld in een spiraalvorm rond de video. De video wordt kleiner en kleiner om plaats te maken voor de steeds groter wordende verzameling voertuigen. Na 12 minuten wordt er ingezoomd op de video en begint de video weer opnieuw. Deze 12 minuten was realtime opgenomen, ik heb niet in de video zelf gemonteerd, het was zoals dat moment ook was.
Daarbij raak ik ook de kern van mijn werk: het al aanwezige benadrukken zodat er weer opnieuw naar gekeken wordt. Daarbij bedoel ik niet alleen de fysieke omstandigheden maar ook bijvoorbeeld andere omstandigheden zoals een thema van een tentoonstelling of kunstinstanties die iets willen met hun barruimte. Iets doen met wat je krijgt op dat moment en dat dan optimaal benutten.









